INTERVENTIEWAARDEN


 

Een aantal van deze indicatoren worden ook gebruikt voor het afleggen van verantwoording aan de toezichthouder over de kwaliteit van de BGT-bijhouding. Daarbij geldt formeel als uitgangspunt dat bronhouders aan alle gestelde kwaliteitseisen moeten voldoen. Het behalen van 100% kwaliteit is echter niet in alle gevallen mogelijk of in verhouding met de bijbehorende inspanning/kosten voor de bronhouders. Daarom is met de toezichthouder afgesproken dat er met praktische ondergrenzen wordt gewerkt. Die ondergrenzen noemen we interventiewaarden. Zo moeten bijvoorbeeld onderzoeken naar mogelijke onjuistheden (terugmeldingen) formeel allemaal binnen zes of achttien maanden zijn afgerond. Bronhouders streven er ook naar aan deze eis te voldoen. Door de toezichthouder wordt er bij deze eis in principe echter gestuurd op een interventiewaarde van 98%. Als een bronhouder structureel minder dan 98% van de onderzoeken binnen de gestelde termijn afrondt, kan deze daarop door de toezichthouder worden aangesproken. Bij de verschillende kwaliteitseisen is vastgelegd met welke interventiewaarde wordt gewerkt.

Deze pagina maakt onderdeel uit van een beschrijving van het onderwerp kwaliteit.